Rechtrichten

De natuurlijke scheefheid

Ieder paard is van nature ‘scheef’ of heeft liever gezegd, een voorkeurskant, zoals wij mensen dat ook hebben.
In hoofdlijnen komt het erop neer dat een paard met het ene achterbeen meer stuwt dan met de ander en op het ene voorbeen meer draagt dan de ander. Aan de ene kant zal het paard leniger zijn dan de andere kant. Een van de gevolgen hiervan die makkelijk te herkennen zijn is een duidelijke voorkeur voor buigen naar één kant.
Een paard dat in een natuurlijke omgeving in een kudde opgroeit heeft zelfs voordeel bij deze voorkeurskant: het reageert bij paniek instinctmatig en zal bijvoorbeeld aanspringen in een voorkeursgalop en verliest zo geen onnodige tijd. Mensen doen in feite hetzelfde. Je hoeft als je gaat lopen niet te kiezen welk been je als eerste verzet, het zal echter vaak hetzelfde been zijn.
Problemen ontstaan vaak pas wanneer we op een paard gaan zitten. De natuurlijke balansverdeling wordt door de ruiter – hoe goed ook – altijd in zekere mate verstoord. De natuurlijke scheefheid wordt vaak versterkt door een scheefzittende ruiter en (helaas vaak overeenkomstige) voorkeurskant van de ruiter.

Een eerste stap is om te inventariseren wat de scheefheden zijn van je paard. Aangezien geen enkel paard zich op dezelfde manier ontwikkeld is het belangrijk hier secuur in te zijn. Als we een paard gaan trainen werken we aan de volgende elementen:
Verticale scheefheid:

Horizontale scheefheid:

Diagonale scheefheid:

Laterale scheefheid:

 

Links- en rechtshandigheid:

 

* Dit plaatje komt uit: Basis rijkunst – www.basisrijkunst.nl

Asymetrie van de achterbenen:

De verhouding onder en boven:

 

Bijvoorbeeld de horizontale scheefheid:

Een paard loopt van nature met relatief veel gewicht op de voorhand. Erg handig bij het grazen, ze ‘rollen’ als het waren naar voren. Ga zelf maar eens voorover lopen, met je gewicht op je voorvoeten. Je zult merken dat je als vanzelf steeds je voeten bij zet voor de volgende stap. Stel je voor dat een paard 500 kg weegt, dan zal hij ongeveer 300 kg op zijn voorbenen dragen en 200 kg op zijn achterbenen.
In aanmerking genomen dat het paard een voorkeursbeen heeft waar hij graag op leunt en steunt, kun je je voorstellen dat daar relatief nog meer gewicht op komt. Bijvoorbeeld 200kg rechtsvoor, 100 kg linksvoor.

Als we op een paard gaan zitten, dan komt ons gewicht + dat van het zadel er nog eens bij. Door het paard recht te richten leren we het paard meer gewicht op te nemen op de achterbenen, omdat die in staat zijn te scharnieren en heel veel kracht kunnen genereren. Door de rechtrichtende oefeningen wordt het paard zowel linksom als rechtsom soepel en sterk zodat het ons op een verantwoorde manier kan dragen.

* De plaatjes zijn van Marijke de Jong – www.paardenbegrijpen.nl